Gepost door: mediaacademie | december 15, 2007

Eèn seconde lijm – Hil-May Tang

Eèn seconde lijm

 Het is weekend. Zondagmiddag, een uitgeslapen moment om dingen te doen waar je doordeweeks geen tijd voor hebt. Mijn huisgenoten zijn druk bezig het verhuizen van een aantal dozen. Terwijl mijn kastdeur het heeft begeven en al dagen tegen een tafelpoot leunt. De inhoud van mijn rommelige kast staart me aan. De chaos stoort me. Gelukkig is mijn geliefde aanwezig. Hij pakt een schroevendraaier en bevestigt het deurtje weer aan mijn kast. Heerlijk, zo’n hands on mentaliteit. Bemoedigend word ik er van. Nu hij toch bezig is, wijs ik hem op het feit dat een ander deurtje van dezelfde kast met tegenzin schuift. Dit moet ik nader uitleggen. De deur schuift niet goed omdat het tandje van de deur niet in het gleufje zit. Hierdoor schuift hij als een bejaarde met een rollator. Het gleufje waar de tand in hoort komt steeds van de kast los. Dit moet vastgezet worden aan de kast. Maar goed, minor detail. Samen brainstormen we over de tegensputterende deur. Plots krijg ik een ingenieus idee: èèn seconde lijm! Snel ren ik naar de voorraadkast en pak de crème de la crème onder de lijm. Alsof het een sieraad is, zo mooi ingepakt. De kleine inhoud is verpakt in een ander doosje met een soort van kinderslot erop. Deze is op zijn beurt weer bijna niet open te krijgen. In het oog springt een waarschuwing dat dit product niet voor kinderen is geschikt. Zo’n waarschuwing is natuurlijk niet voor niks. Beelden doemen in me op van kinderen die per ongeluk hun handen hebben vastgelijmd aan hun gezicht. Akelig. Lijkt me niet prettig noch verstandig. Met de waarschuwing in mijn achterhoofd open ik voorzichtig het flesje. Als dit maar goed gaat.        

 De hands on mentaliteit van mijn lief is aanstekelijk. Zo handig als hij is met de schroevendraaier, zo handig wil ik zijn met het flesje. Vol moed zet ik de lijm naar de kastdeur. En daar gaat het mis. Ik zie het gebeuren en toch doe ik niks. De inhoud van het flesje lijm giet ik in mijn handpalm. En dat niet alleen. De rest vloeit op mijn mooie nieuwe Uggs. De laarsjes die ik voor mijn verjaardag heb gekregen, waar ik zo naar verlangt heb. Die heb ik de afgelopen dagen met mijn leven bewaakt. Ik had ze op een plekje gezet waar ik ze goed kan aanschouwen, zodat ik ze vanuit alle hoeken van de kamer kan zien. Precies voor de kastdeur.

Maar nu zijn de laarsjes niet meer wat ze geweest zijn. De vlek spreidt zich inmiddels uit. De lijm heeft haast en droogt binnen een seconde. Ik gil het uit en vloek het huis bijeen. Mijn huisgenoten staan verschrikt om mij heen en proberen me te helpen. Iedereen roept door elkaar heen: ‘Wat is er? Wat is er?’ Maar ik hoor ze niet. Ik weet niet waar ik mij meer druk om moet maken. Mijn hand die ineen gekrompen en vastgelijmd is of de mooie laarsjes met een vlek ter grootte van mijn handpalm. Het enige wat ik mijzelf hoor zeggen is: ‘Aaaarggghhh, nee nee! Ooh wat erg!’ Ik kijk van mijn hand naar de laarsjes en weer terug. De stoere hands on mentaliteit van zojuist heeft in rap tempo plaats gemaakt voor hysterie. Huisgenoot H. maakt zich ernstig zorgen om mijn hand. Hij kijkt me aan en ik zie hem denken waarom ik zo jammer om schoenen en niet om mijn hand. Maar op dit moment liggen mijn zorgen bij de laarsjes, arme laarsjes. De lijm is inmiddels geïmpregneerd. Het ziet er naar uit dat de lijm en het schapenleer een zijn geworden. So long, lovely Uggs…

Ik ren naar de keuken en sta op het punt om wasbenzine op mijn verkrampte hand te gieten. De lijm brandt op mijn huid. Huisgenoot S. die tevens verpleegkundige is, schreeuwt dat wasbenzine een chemische reactie veroorzaakt. Net op tijd behoedt ze me hiervoor. Mijn lief zit achter de laptop en leest op oma weet raad.nl dat boter wel een goede oplossing is. Ik steek mijn hand in de kuip. Verwoed smeer ik de hele hand in, tevergeefs. Pogingen met boter, nagellakremover, scrub en zeep later zit de lijm nog steeds op mijn hand. Deze ziet eruit als een krokodil met een huid van kunststof.

Mijn lief komt naar me toe om mij te bedaren. Hij houdt me stevig vast en geeft me een zoen op mijn hoofd. ‘Oh meisje, ik zou je toch helpen? De volgende keer laat je zoiets aan mij over. Wat doe je toch allemaal?’, zegt mijn lief troostend.Inderdaad, wat doe ik toch? Soms denk je iets te kunnen, maar word je bruut wakker geschud uit een droom. Dan realiseer ik me ineens: Hil-May en klussen gaan niet samen. Hoe graag ik het ook zou willen. Sommigen combinaties zijn simpelweg niet goed. Een hyperactief kind in een glaswinkel is vragen om problemen. Sinaasappelsap drinken terwijl je net je tanden hebt gepoetst is zeer onsmakelijk.

Volgende keer laat ik het klussen maar weer over aan vriendlief. En volgende keer zal de èèn seconde lijm niet meer ten tonele verschijnen. ‘Ik weet het niet. Het gebeurde gewoon. Het is de lijm die zo snel droogt. Balen ‘, zeg ik met een beteuterd gezicht. Ik kijk van de laarsjes weer naar mijn hand. Ach, mijn hand doet het weer en de laarsjes zijn slechts laarsjes.

Nu tik ik met vingers van plastic deze column op het beeldscherm. Zondagmiddag, een uitgeslapen moment om dingen te doen waar je doordeweeks geen tijd voor hebt. Misschien moet je deze dingen maar zo laten. Dat zal me in het vervolg heel wat hartkloppingen en schoenen besparen. 


Laat een reactie achter

Jouw reactie:

Categorieën